Zij was zijn grote liefde
Hij was die van haar
Elke vezel vast aan elkaar
Zij twee
waren met Drie
Drie enig in een snoer
Een knoop niet los te krijgen
Hij werd geroepen en zij volgde
Zij steunde, zorgde en ving op
Zij troostte, bad, had onvoorwaardelijk lief
En stopte nooit
Hij was niets zonder haar
Als zij even niet kon
Dan was hij niet meer heel
En toen hij steeds minder kon
Was zij er helemaal voor hem
Zij twee
waren met Drie
Drie enig in een snoer
Een knoop niet los te krijgen
Hun drievoudig snoer
de knopen in hun touwen
het vangnet voor anderen
waar vallen opvangen werd
zonen en dochters, nageslacht
Maar ook de moederloze zoon -zijn vader in de gevangenis zat
De eenzame buurman - zijn vrouw was weggegaan
De dakloze die honger had
De zieke, blinde of geestelijk verdwaalde
Het vangnet voor anderen hield hen dicht bij elkaar
Gaf anderen de vleugels om weer voort te gaan
Want zij, zij twee, met drie stopten nooit
Zij Drie zijn nu met Twee
hij is hier niet meer,
maar Hij is hier nog meer
Hij tilt haar op en trekt de knoop strak
Van dat drievoudig snoer, waarvan één in herinnering
Hij zorgt dat het vangnet
een vangnet wordt voor haarzelf
van zonen, dochters, nageslacht
van liefde
de liefde die zij twee, zij Drie hen leerden
Zij Twee
Tot de dag dat verlangen weerzien wordt
De dag dat vallen en opvangen niet meer hoeft
En de liefde voor altijd blijft.
Geschreven t.g.v. de 76ste verjaardag van mijn moeder. De eerste verjaardag zonder haar geliefde.
Reactie plaatsen
Reacties